Het voelde een beetje alsof ik afgelopen vrijdag terugging in mijn oude baan bij UBCM toen ik een vergadering van gemeenteraadsleden bijwoonde over duurzaamheid. Mijn man was uitgenodigd, maar hij vroeg of ik in zijn plaats wilde gaan om verslag uit te brengen, wetende dat ik het interessant zou vinden.

Het was interessant, en in zekere zin alsof ik nooit was weggegaan. De problemen waarmee we worden geconfronteerd zijn niet veranderd, sterker nog, ze zijn alleen maar erger geworden. De eerste keynote, van de Nederlandse journalist Bernice Notenboom, toonde de problemen aan, met selecties uit een aankomende videoserie (die in oktober wordt uitgezonden) over omslagpunten in het klimaat. Ze liet ons vijf van de plaatsen in de wereld zien waar veranderingen een omslagpunt naderen, een punt dat ingrijpende gevolgen kan hebben voor het klimaat, van smeltend zeeijs en permafrost tot zand in de atmosfeer. Ze had prachtige video’s en een goed verhaal, maar ik vroeg me af of deze presentatie effectief zou zijn. Het was eng, maar ik weet dat berichten over somberheid en ondergang niet echt tot verandering leiden. Mensen hebben de neiging om met wanhoop te reageren, waardoor ze eigenlijk minder geneigd zijn om iets te doen. Ze kunnen echter effectief zijn in combinatie met een actieplan dat hen beter zal maken – denk aan evangelische predikers en andere verkopers die eerst hel en verdoemenis prediken en ons dan redding aanbieden.

In dit geval werd redding geleverd door Jacqueline Cramer, voormalig minister van PvdA en huidig directeur van het Utrecht Sustainability Institute. Ze verwees zelfs naar wat ze aan het doen was en vertelde de verzamelde raadsleden dat het deprimerend was, maar dat ze konden helpen dingen te veranderen. Ze sprak over hoe op zichzelf staande innovaties, zoals zonne-energie en regenwatervaten, kunnen helpen, maar hoe geïntegreerde systemische innovaties nog effectiever kunnen zijn. Ze vertelde ook hoe ze de campagne voor het verbod op gloeilampen in Nederland leidde, iets dat niet zou zijn gebeurd zonder dat ze bereid was geweest daarvoor te gaan staan. En hoeveel bedrijven vragen haar nu niet hoe ze duurzamer kunnen zijn, hoeveel willen niet meer horen over de noodzaak van duurzaamheid maar alleen nog over strategieën om er iets aan te doen. Ze sprak over een wedstrijd voor een Klimaat Straatfeest. Straten strijden met elkaar om te zien wie de meeste energie kan besparen, waarbij alle buren betrokken worden. De winnende straat krijgt een feestje. Ze noemde ook de Wij Willen Zon, een organisatie die mensen en bedrijven helpt bij het kopen van betaalbare zonnepanelen. Maar bovenal benadrukte ze de noodzaak van buy-in, om mensen te helpen veranderen wat ze doen.

Dit thema werd overgenomen in de sessie waar ik over ging, met presentaties van een wethouder die had geholpen Lochem tot een leider in lokaal geproduceerde energie te maken. Hij had een aantal interessante strategische punten, waaronder dat zijn doel was om er niet-politiek over te zijn. Daarnaast wilde hij zoveel mogelijk dingen op gang te brengen om ze vervolgens over te dragen aan de inwoners. Hij wees er ook op dat het betrekken van lokale leiders (zoals buurtorganisatoren of de voorzitter van het zwembad) erg nuttig kan zijn bij het opbouwen van steun, om nog maar te zwijgen over het feit dat de betrokken mensen hun eigen nuttige vaardigheden hebben. Hij wees op de behoefte aan geduld en een gebrek aan visie – dat wil zeggen, niet precies weten waar hij in termen van aantallen voor wilde gaan. Hij zei dat wanneer organisaties subsidies willen, hij erop wijst dat ze voor zichzelf geld kunnen verdienen door windmolens neer te zetten, en dat deze organisaties ook leden hebben die dan worden beïnvloed door wat ze zien. En ten slotte noemde hij het belang van overtuigende verhalen vertellen, een goed beeld kunnen schetsen van hoe de wereld er in de toekomst uit zal zien en hoe we kunnen bereiken wat we willen doen.

De tweede presentator in mijn sessie was van de Partij voor de Dieren, het enige raadslid voor zijn partij in de stad Amsterdam, die, verrassend voor mensen die in stereotypen geloven, gekleed was als een zakenman. Zijn presentatie gaf een indruk van wat een heel kleine partij kan toch bereiken. Ze zeiden ook dat ze het leuk vinden om dingen op gang te brengen en vervolgens het door anderen over te laten nemen, wat natuurlijk heel logisch is als je middelen (met één zetel) beperkt zijn. Hij wees erop dat we “nooit een goede crisis moeten verspillen” en hoe ze stijgende energiekosten en werkloosheid, evenals de woonsituatie in Amsterdam (veel huurders in oude gebouwen) gebruikten om een duurzaamheidsleningprogramma voor te stellen. Dit programma biedt goedkope leningen voor het isoleren van huizen. Het programma is succesvol geweest.

Na de presentaties ging de discussie over hoe het echte probleem was om mensen mee te krijgen. Enkele goede voorbeelden werden genoemd, maar over het algemeen was het gevoel dat het moeilijk is. En daarom had ik echt het gevoel dat ik toch nooit echt was weggegaan: dezelfde problemen waarmee ik tijdens mijn masterprogramma worstelde zijn er nog steeds en nog steeds is het grootste probleem het meekrijgen van mensen. En laat dat nu precies hetgene zijn wat ik wil oppakken en verderbrengen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.