Sinds ik overtuigd ben geraakt van de noodzaak om richting een meer duurzame manier van leven te bewegen, heb ik gezocht naar antwoorden hoe ik die beweging dan kan maken, gegeven het feit dat het grootste deel van de mensen in de ontwikkelde wereld eigenlijk gewoon het liefste zou blijven doen wat ze altijd al doen (wat niet zo vreemd is, gezien hoe comfortabel het leven voor de meeste van ons is). Ik heb lange tijd gezocht naar de een soort magische strategie die deze transformatie zou bewerkstelligen. Maar, voor zover ik het kan overzien, is die er niet. Maar er zijn wel talloze kleine strategieën, en samen kunnen die wel werken in de richting van de overgang die we nodig hebben.

Het goede nieuws, maar tegelijkertijd het slechte nieuws, over de vele acties die een effect hebben is dat iedereen een bijdrage kan leveren. Dit is goed nieuws, want dan kan iedereen bijdragen waar hij toe in staat is. Het is ook slecht nieuws, want we kunnen dus niet zeggen dat het niet in onze handen ligt en het uitbesteden, en zeggen dat er niets is wat we kunnen doen. Er is geen spot, geen bel die gaat en zegt dat we de finale hebben gehaald, er is helemaal niets behalve dat wat er in onze hoofden omgaat.

Maar het heeft wel effect, zelfs al kunnen we het niet gelijk zien. Hier zijn een paar redenen voor. De eerste reden is sociale normen. We worden ongelooflijk beïnvloed door wat andere mensen doen, of we het nu herkennen of niet, en vaak herkennen we het helemaal niet behalve wanneer we er expliciet op letten. In nieuwe situaties kunnen we soms nadrukkelijk, maar wel uit de hoeken van onze ogen, de kunst afkijken en het effect van andermans acties bezien en bedenken hoe anderen ons zouden bekijken als we hetzelfde zouden doen. De aanwezigheid van troep in een lege parkeerplaats leert ons dat het niet uitmaakt om die flyer onder de ruitenwisser te laten vallen, maar een schone parkeerplaats heeft het tegenovergestelde effect. Iedereen die zijn glas naar de glasbak brengt zorgt ervoor dat we niet een volle vuilniszak buiten willen zetten die scheurt door gebroken glaswerk. En dit kan ook prima van toepassing zijn op duurzaamheid. Als mensen zien wat we doen, dan spoort dit hen aan om hetzelfde te doen, vooral als ze zichzelf met ons kunnen identificeren.

Wat we doen, en waar we over praten, beïnvloedt ook andere mensen door simpelweg te laten zien dat het mogelijk is, zelfs als het niet de sociale normen activeert (of niet in eerste instantie). Als ik zonnepanelen zie of een groen dak in de wijk, ga ik zelf ook nadenken of dat niet ook voor ons handig zou zijn. Dat nadenken doe ik zelfs ondanks dat er niemand me het gevoel geeft dat ik dat zou moeten doen omdat anderen anders slecht over me zouden gaan denken. Ander voorbeeld: voordat ik naar Nederland kwam fietste ik ook regelmatig in Vancouver, maar ik had nooit gedacht (of gezien) hoeveel je eigenlijk kan met zo’n fiets. Het zien van de hoeveelheid materialen die je er eigenlijk mee kan vervoeren maakt dat ik dat ook wil gaan proberen. Hetzelfde geldt op voor het vertellen over onze kinderen hun Kids free pas van de NS, waardoor anderen wellicht gaan nadenken of het nu zo nodig om naar het museum te rijden met hun kinderen.

Er zijn een aantal redenen waarom het gewoon doen van dingen een overgang in onszelf kan veroorzaken. Eén van die redenen is cognitieve dissonantie. Dit is het effect dat optreedt als onze acties niet matchen met onze gedachten – één van de twee moet veranderen om het patroon weer consistent te maken. Het experiment dat dit voor het eerst aantoonde had te maken met proefpersonen die een saaie taak moesten uitvoeren gedurende een uur. De onderzoekers gaven hen daarna $5 of $20 om de volgende groep te vertellen dat het een interessante taak was die ze moesten uitvoeren. Later bleek dat degenen die slechts $5 hadden ontvangen de taak als minder oninteressant hadden ervaren. Zij hadden in hun hoofd de saaiheid afgezwakt om het liegen tegen een vreemde te rechtvaardigen. Diegenen die $20 ontvingen konden het geld ‘de schuld geven’ van hun leugen. Dit betekent voor duurzaamheid dat als mensen geloven dat iets goed is voor duurzaamheid, of het nu vanwege sociale normen is of omdat het ‘cool’ is, ze zichzelf langzamerhand gaan zien als duurzame mensen. En dat leidt tot nog meer duurzaam gedrag: het ‘spillover effect’.

Dit effect is dat als we één ding doen, we andere dingen die erop lijken ook gaan doen. Dus, één duurzame actie ondernemen leidt vaak tot meer duurzame acties. Misschien omdat het beeld dat we van onszelf hebben is veranderd, of misschien omdat we zien dat onze eerste actie onze levenskwaliteit heeft verbeterd, of misschien wel omdat onze eerste actie de drempel heeft verlaagd om nogmaals iets duurzaams te doen.

Op gemeenschapsniveau is er de innovatiecurve voor nieuwe acties of ideeën. Deze S-vormige curve stijgt in het begin heel langzaam: de ‘early adopters’ pikken het op en gaan het doen, gevolgd door de net iets minder avontuurlijke mensen, totdat plotseling iedereen het doorkrijgt, en de achterblijvers het uiteindelijk ook overnemen (en uiteraard blijven er altijd mensen die koppig volhouden dat het niet nodig is een energiezuinige koelkast te kopen, want de oude doet het nog prima). Als ik en een paar anderen mensen kunnen overtuigen om hetzelfde te gaan doen, dan komt er een punt waarop bijna iedereen het doet. Dit is wat er in Duitsland gebeurd is met zonnepanelen, maar ook in Australië met waterbesparing.

Er is ook de mogelijkheid dat persoonlijke acties het beleid kunnen beïnvloeden. Als beleidsmakers of politici oppikken dat iets populair of gewenst is, kan het hen aanzetten om maatregelen te introduceren die dat effect mogelijk of gemakkelijker maken of versterken. Een veranderend zelfbeeld kan de stemvoorkeur beïnvloeden of tot andere antwoorden in een enquête leiden. En dan zijn er nog de heel directe effecten, zoals het inspreken bij informatieavonden over bouwprojecten of het lid worden van actiegroepen.
Persoonlijke acties kunnen ook veranderen wat er in de winkel aan aanbod is. Bedrijven zijn nog meer geïnteresseerd in wat mensen denken en willen dan politici. Het vaker vragen om biologische en fair trade producten heeft de beschikbaarheid van die producten sterk verbeterd. Het maatschappelijke rumoer over de slechte werkomstandigheden in ‘sweat shops’ in ontwikkelingslanden heeft geleid tot nemen van maatregelen door bedrijven in die landen.

En degenen die werken in een gebied waar ze expliciet invloed op anderen kunnen uitoefenen hebben natuurlijk nog meer effect. Beleidsmakers kunnen beleid maken dat een overgang naar meer duurzaam gedrag helpt te maken. Bedrijven kunnen meer duurzame keuzes gaan aanbieden, en scholen kunnen duurzaamheid onderdeel maken van hun lesprogramma. En hoe meer van deze acties tegelijkertijd plaatsvinden, door onze eigen acties, des te duurzamer worden we, tot de S-curve in het steile gedeelte aankomt en de overgang naar een duurzamere samenleving niet meer te stoppen is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.