“Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het gedrang te brengen. Hier zitten twee belangrijke gedachtes achter:

De gedachte dat aan behoeftes, en dan vooral de essentiële behoeftes van de armen in deze wereld, prioriteit gegeven moet worden; en

Het idee van het beslag dat wordt gelegd door de toestand van de techniek en sociale ordening op de mogelijkheid van het milieu om in huidige en toekomstige behoeften te voorzien.”

Deze definitie uit 1987 voor duurzame ontwikkeling van de Brundtland Commissie ‘Our Common Future’ wordt nog steeds veelvuldig aangehaald. Er zijn veel andere definities en veel discussies over hoe duurzame ontwikkeling te definiëren (zie hier, hier, hier, hier of hier voor enkele voorbeelden) maar de meeste definities hebben gemeen dat ze dichtbij de Bruntland definitie blijven, of, anders gezegd, dat we moeten leven binnen onze milieuruimte, waar ‘onze’ slaat op alle mensen die op de aarde leven en ‘milieuruimte’ alle hulpmiddelen omvat. Maar geen enkele definitie legt uit hoe die duurzame wereld er dan uit zou moeten zien.

Dit gebrek is begrijpelijk – het is moeilijk om iets wat nog niet bestaat te omschrijven. Dit belette echter de begeleidingscommissie1 van mijn masterscriptie niet om mij te vragen dit toch te doen. Mijn antwoord was een 80-pagina lange inleiding geschreven in de vorm van een autobiografie geschreven vanuit een moment in de toekomst.2 Deze inleiding was een serie lezingen die ik zou geven op Earth Day in 2050, in een toekomst waarin we duurzaam zouden hebben leren leven, met als onderwerp ons onduurzame verleden en onze transitie naar een duurzaam heden. Maar zelfs in mijn scriptie kon ik niet concreet worden hoe dat ‘duurzame heden’ er dan uit zou moeten zien. Daarom begon ik de derde ‘lezing’ met iets wat ik “in het verre verleden van 2004” had geschreven over onze duurzame toekomst:

“Dat we moeten leren om duurzamer te leven, daar is geen twijfel over mogelijk. We moeten ons aanpassen of we gaan dood. Het zal een moeilijke weg zijn die we moeten gaan, maar we moeten die weg op, want hoe langer we wachten hoe moeilijker het wordt. Als we slim zijn, beginnen we nu al en blijven we voortgaan, ondanks dat het begin van het pad bijna onbegaanbaar zal zijn, terwijl we in het achterhoofd houden dat het doel dat we nastreven veel beter zal zijn dan onze huidige realiteit. Maar wie of wat gaat ons op dat pad begeleiden?

Onze route is eenvoudig – we moeten erkennen dat we onze zaakjes zo moeten regelen dat we zowel armoede als ecologische duurzaamheid oplossen. We moeten ons richten op vrijwillige eenvoud en het bereiken van duurzame leefpatronen onderstrepen als zijnde het allesomvattende doel voor iedereen. We moeten onze behoeften reduceren tot de middelen die ons ter beschikking staan, daarbij strevend naar een economie van het genoeg. We moeten zekerstellen dat toekomstige generaties verder kunnen leven, en ook goed kunnen leven. We moeten onze plek tussen de rest van de diersoorten op deze aarde innemen, zonder dat we de middelen die zij nodig hebben om te leven van hen afpakken. We moeten een nieuwe toekomst creëren, een toekomst die van het verleden leert, maar deze niet opnieuw gaat uitvinden, want we kunnen niet ons eenvoudige leven in het verleden herstellen. We zullen herkennen én erkennen dat we onze huidige samenleving opnieuw moeten inrichten en een nieuw paradigma accepteren, en accepteren dat een duurzame toekomst veranderingen nodig heeft.

Maar hoe weten we nu dat we de ‘toestand van duurzaamheid’ hebben bereikt? Nou, we kunnen naar bovenstaande stellingen kijken en bij onszelf nagaan of we ze allemaal wel goed uitvoeren. Tegelijkertijd zullen we ons moeten realiseren dat oplossingen nooit permanent gelden omdat er steeds weer nieuwe problemen zullen opduiken doordat we eerder problemen hebben opgelost.

En hoe ziet het eruit? Welnu, net als met een reis naar een nieuwe plek waar we al vaak over gefantaseerd hebben, kunnen we alleen de contouren zien. We moeten de details voor onszelf invullen als we aankomen. Maar ik ben er zeker van dat we geen offer hoeven te brengen om op onze duurzame bestemming te leven, en dat het juist een erg prettige plek zal blijken te zijn.”3

Kortom, we moeten blijven streven om binnen onze milieuruimte te leven, en we zullen het weten als we er zijn.


  1. William Rees, C. James Frankish en Rob Vanwynesberghe

  2. Om eerlijk te zijn dacht ik dat ze me zouden vertellen het in te korten, maar de begeleidingscommissie vond het eigenlijk wel een goed verhaal en dacht zelfs dat het een scriptie op zichzelf zou kunnen vormen. Dat gezegd hebbende, als je vooral geïnteresseerd bent in gedragsverandering en al overtuigd bent van het nut van duurzame ontwikkeling, dan kan je dat hoofdstuk wel links laten liggen.

  3. Iets ingekort en veranderd ten opzichte van het origineel (referenties verwijderd). De hele scriptie is hier beschikbaar. Dit gedeelte komt uit het begin van paragraaf 1.3.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.